Kunst als herinnering aan verdwenen natuur (copy)

Tijdschrift Milieu
september 2023, nr. 4

KUNST ALS HERINNERING AAN VERDWENEN NATUUR

Compilatie van twee, aan elkaar grenzende, Tranchotkaarten-1803, van het gehucht Oude Kerk te Spaubeek, Nederland. 

Macha Roesink is kunsthistoricus, curator, docent en (beleids-)adviseur voor tentoonstellingen en randprogrammering met aandacht voor kunst, ecologie, architectuur & erfgoed. 

Uit de kunst

In het studiejaar 2022-2023 was het begrip ‘Antropoceen’ het overkoepelende thema voor de lessen kunstgeschiedenis en filosofie op de docentenopleiding beeldende kunst en vormgeving DBKV op ArtEZ academie in Zwolle. Naast klimaatverandering is verlies van biodiversiteit een belangrijk aspect in het tijdperk van het antropoceen, waarbij het aardse klimaat en de atmosfeer gevolgen ondervinden van handelen van de mens.

Door: Macha Roesink

Schilderijen als herinnering

Hoe landschappen worden gebruikt in de kunstgeschiedenis van de Europese schilderkunst heeft te maken met verschillende wereldbeelden ten opzichte van de natuur en is niet altijd natuurgetrouw. Opvallend genoeg bleek dit wel bij sommige voorbeelden die juist geïdealiseerd leken. Want waren de landschappen van de getijdenboeken van de Nijmeegse Gebroeders van Limburg geïdealiseerd? Of waren de kavels op de verpachte landerijen in Nijmegen en omstreken in het land van Maas en Waal écht zo romantisch klein en omheind met hagen?1

Het laatste is heel aannemelijk, want volgens de geoloog Jan Piket2 bereikten natuur en cultuur een maximaal evenwicht in de middeleeuwen. Piket onderzocht aan de hand van 19eeeuwse cartografie van Tranchotkaarten de historisch-geografische gegevens van het landschap dat de gebroeders Limburg in hun jeugdjaren in regio Nijmegen moeten hebben ervaren en uiteindelijk gedrieën hebben vastgelegd in miniaturen tussen 1400 en 1416. Zo getuigen tenminste hun beroemde getijdenboeken van het evenwicht tussen natuur, cultuur, hoofse en christelijke cultuur in het middeleeuwse Europa. Deze miniaturen lijken een ideaalbeeld, maar ze zijn realistisch. Dat blijkt uit de systematische verkenning van geograaf Tranchot in de Napoleontische tijd – vlak voordat de industriële landbouw, van kavelvergroting en monocultuur van snijmais in plaats van rogge en tarwe, zijn intrede deed. Deze militaire Tranchotkaarten3 tonen ‘oppervlaktewater, hellingweergave, bodemgebruik, nederzettingen, wegen en toponiemen’. Ze bieden een betrouwbare weergave van de gelaagdheid in het landschap rond 1800 van zowel eeuwenoude bospaden uit de tijd van de nomadische jager-verzamelaars als de vaste nederzettingen van de vroegste landbouw en de ontwikkeling van landbouw rondom opkomende steden in de vroege middeleeuwen van de Nederlanden – voordat de ontginningen begonnen voor de opkomende industrie. De grenzen tussen landschapseenheden werden geaccentueerd door heggen en hagen. Deze landschappelijke verscheidenheid, die tot in de 19e eeuw behouden bleef, werd op de Tranchotkaart nauwkeurig vastgelegd en dus ook al eeuwen eerder in de middeleeuwse miniaturen van de gebroeders Van Limburg.

 

Uit het getijdenboek De zeer rijke uren van de hertog van Berry, juli, door de gebroeders Van Limburg | Foto: Wikimedia Commons

Op het veelluik ‘Lam Gods’ (1432) van de gebroeders Eyck4 van een Paradijstuin staan meer dan 75 gedetermineerde bloemen, kruidenplanten en bomen met ieder hun eigen christelijke symboliek. Dit altaarstuk geeft een schat aan informatie over welke flora aanwezig en bekend was in de 15e eeuw. Goed, tegelijk bloeiende voorjaarsbloeiers en hoogzomerplanten is ecologisch niet accuraat, maar de weergave van de individuele planten wel.

Zo zien we dat de schilderkunst herinneringen levend kan houden aan oude Nederlandse rivierlandschappen, wolkenformaties, zomereiken, hagen- en plantensoorten. Ook laat zij zien welke vogels eeuwenlang gemeengoed waren in ons drassige kikkerlandje. 

De Paradijstuin van de gebroeders Eyck. Dominique Provost / CC BY-NC-ND 4.0

De hop verdreven naar de fantasie

Deze herinneringen moeten we ook levend houden, om te ontkomen aan het ‘shifting baseline syndrome’. Dit syndroom – een verschuivend referentiekader over wat eigenlijk de natuur was in de lage landen – verschuift per generatie.5 Dit kader kunnen we wel met herinneringen levend houden, met kennisoverdracht van flora en fauna in de Nederlandse landschappen uit verschillende disciplines. 

Op het bijna vier meter brede veelluik ‘Tuin der Lusten’ (1503-1515) heeft Hieronymus Bosch (?-1516)6 bijvoorbeeld de hop geschilderd. De zwartgerande gekuifde hop, met zijn zwart-wit gestreepte staart en vleugels en rozenbruine borst, staat als vanzelfsprekend tussen een ijsvogel, roodborstje, putter, groene specht en een woerd, als een kleurige alledaagse vogel die veel voorkwam in de 16e eeuw. 

Inmiddels is er in Nederland nog één plek bekend waar een hop is waargenomen; de meeste tellers missen deze vogel niet eens bij de nationale vogeltelling. Weinigen kennen de hop – niet van horen zeggen, laat staan zelf gezien – tenzij hun ouders fervente vogelaars waren. 

Nog een paar jaar minder habitat, en nog minder insecten door klimaatverandering en pesticides, en er wordt in Nederland helemaal geen hop meer waargenomen. Deze flink gekuifde vogelsoort zal dan schijnbaar aan de fantasie van Hieronymus Bosch ontsproten lijken te zijn – alsof hij nooit heeft bestaan. Toen ik studenten vroeg welke van de vogels op Bosch’ werken niet echt bestaan, wezen ze allemaal de hop aan. Dit geeft aan hoe ‘onwerkelijk’ een soort kan worden.

Kunstgeschiedenis die meer wordt gekoppeld aan cultuur-geografisch en natuurhistorisch kennisonderzoek kan veranderingen in interactie met het milieu door de tijd heen bestuderen. Door de impact van menselijke activiteit op het milieu, het landschap en bloemen, planten en dierensoorten in taal en beeld uit te drukken kunnen we een duurzamer en verantwoordelijker omgang met onze natuurlijke omgeving bevorderen, en een collectief natuurhistorisch bewustzijn en de wederzijdse verwevenheid en verbondenheid met de natuur gaan voeden.

  1. Verhoeven, De Gebroeders Van Limburg – Leven, werk en wereld, 2005 Nijmegen
  2. J.C. Piket, Het Duurzame landschap volgens de gebroeders Van Limburg. Archief Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, www.geography.nl
  3. Jan J.C. Piket, De betekenis van de Tranchotkaart voor historisch-geografisch landschapsonderzoek. Kartografisch Tijdschrift XIII (3): 49-51, 1987
  4. Peter Schmidt, Het lam gods. Een verhaal van god en mens, Sterck & De Vreese, 2021
  5. Marc Argeloo, Natuuramnesie. Hoe we vergeten zijn hoe de natuur er vroeger uitzag, 2022, Atlascontact, Amsterdam/Antwerpen p. 322
  6. Hans Belting, Hieronymus Bosch. Garden of earthly Delights, Prestel Verlag, München, Londen en New York, p.52-54. Afbeelding detail Hieronymus Bosch, Tuin der Lusten (1503-1515), collectie Museo del Prado, Madrid
Tuin der Lusten van Hieronymus Bosch | Foto: Publiek domein

OUD Schilderijen als herinnering

Hoe landschappen worden gebruikt in de kunstgeschiedenis van de Europese schilderkunst heeft te maken met verschillende wereldbeelden ten opzichte van de natuur en is niet altijd natuurgetrouw. Opvallend genoeg bleek dit wel bij sommige voorbeelden die juist geïdealiseerd leken. Want waren de landschappen van de getijdenboeken van de Nijmeegse Gebroeders van Limburg geïdealiseerd? Of waren de kavels op de verpachte landerijen in Nijmegen en omstreken in het land van Maas en Waal écht zo romantisch klein en omheind met hagen?1

Het laatste is heel aannemelijk, want volgens de geoloog Jan Piket2 bereikten natuur en cultuur een maximaal evenwicht in de middeleeuwen. Piket onderzocht aan de hand van 19eeeuwse cartografie van Tranchotkaarten de historisch-geografische gegevens van het landschap dat de gebroeders Limburg in hun jeugdjaren in regio Nijmegen moeten hebben ervaren en uiteindelijk gedrieën hebben vastgelegd in miniaturen tussen 1400 en 1416. Zo getuigen tenminste hun beroemde getijdenboeken van het evenwicht tussen natuur, cultuur, hoofse en christelijke cultuur in het middeleeuwse Europa. Deze miniaturen lijken een ideaalbeeld, maar ze zijn realistisch. Dat blijkt uit de systematische verkenning van geograaf Tranchot in de Napoleontische tijd – vlak voordat de industriële landbouw, van kavelvergroting en monocultuur van snijmais in plaats van rogge en tarwe, zijn intrede deed. Deze militaire Tranchotkaarten3 tonen ‘oppervlaktewater, hellingweergave, bodemgebruik, nederzettingen, wegen en toponiemen’. Ze bieden een betrouwbare weergave van de gelaagdheid in het landschap rond 1800 van zowel eeuwenoude bospaden uit de tijd van de nomadische jager-verzamelaars als de vaste nederzettingen van de vroegste landbouw en de ontwikkeling van landbouw rondom opkomende steden in de vroege middeleeuwen van de Nederlanden – voordat de ontginningen begonnen voor de opkomende industrie. De grenzen tussen landschapseenheden werden geaccentueerd door heggen en hagen. Deze landschappelijke verscheidenheid, die tot in de 19e eeuw behouden bleef, werd op de Tranchotkaart nauwkeurig vastgelegd en dus ook al eeuwen eerder in de middeleeuwse miniaturen van de gebroeders Van Limburg.

Op het veelluik ‘Lam Gods’ (1432) van de gebroeders Eyck4 van een Paradijstuin staan meer dan 75 gedetermineerde bloemen, kruidenplanten en bomen met ieder hun eigen christelijke symboliek. Dit altaarstuk geeft een schat aan informatie over welke flora aanwezig en bekend was in de 15e eeuw. Goed, tegelijk bloeiende voorjaarsbloeiers en hoogzomerplanten is ecologisch niet accuraat, maar de weergave van de individuele planten wel.

Zo zien we dat de schilderkunst herinneringen levend kan houden aan oude Nederlandse rivierlandschappen, wolkenformaties, zomereiken, hagen- en plantensoorten. Ook laat zij zien welke vogels eeuwenlang gemeengoed waren in ons drassige kikkerlandje. 

De hop verdreven naar de fantasie

Deze herinneringen moeten we ook levend houden, om te ontkomen aan het ‘shifting baseline syndrome’. Dit syndroom – een verschuivend referentiekader over wat eigenlijk de natuur was in de lage landen – verschuift per generatie.5 Dit kader kunnen we wel met herinneringen levend houden, met kennisoverdracht van flora en fauna in de Nederlandse landschappen uit verschillende disciplines. 

Op het bijna vier meter brede veelluik ‘Tuin der Lusten’ (1503-1515) heeft Hieronymus Bosch (?-1516)6 bijvoorbeeld de hop geschilderd. De zwartgerande gekuifde hop, met zijn zwart-wit gestreepte staart en vleugels en rozenbruine borst, staat als vanzelfsprekend tussen een ijsvogel, roodborstje, putter, groene specht en een woerd, als een kleurige alledaagse vogel die veel voorkwam in de 16e eeuw. 

Inmiddels is er in Nederland nog één plek bekend waar een hop is waargenomen; de meeste tellers missen deze vogel niet eens bij de nationale vogeltelling. Weinigen kennen de hop – niet van horen zeggen, laat staan zelf gezien – tenzij hun ouders fervente vogelaars waren. 

Nog een paar jaar minder habitat, en nog minder insecten door klimaatverandering en pesticides, en er wordt in Nederland helemaal geen hop meer waargenomen. Deze flink gekuifde vogelsoort zal dan schijnbaar aan de fantasie van Hieronymus Bosch ontsproten lijken te zijn – alsof hij nooit heeft bestaan. Toen ik studenten vroeg welke van de vogels op Bosch’ werken niet echt bestaan, wezen ze allemaal de hop aan. Dit geeft aan hoe ‘onwerkelijk’ een soort kan worden.

Kunstgeschiedenis die meer wordt gekoppeld aan cultuur-geografisch en natuurhistorisch kennisonderzoek kan veranderingen in interactie met het milieu door de tijd heen bestuderen. Door de impact van menselijke activiteit op het milieu, het landschap en bloemen, planten en dierensoorten in taal en beeld uit te drukken kunnen we een duurzamer en verantwoordelijker omgang met onze natuurlijke omgeving bevorderen, en een collectief natuurhistorisch bewustzijn en de wederzijdse verwevenheid en verbondenheid met de natuur gaan voeden.

  1. Verhoeven, De Gebroeders Van Limburg – Leven, werk en wereld, 2005 Nijmegen
  2. J.C. Piket, Het Duurzame landschap volgens de gebroeders Van Limburg. Archief Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, www.geography.nl
  3. Jan J.C. Piket, De betekenis van de Tranchotkaart voor historisch-geografisch landschapsonderzoek. Kartografisch Tijdschrift XIII (3): 49-51, 1987
  4. Peter Schmidt, Het lam gods. Een verhaal van god en mens, Sterck & De Vreese, 2021
  5. Marc Argeloo, Natuuramnesie. Hoe we vergeten zijn hoe de natuur er vroeger uitzag, 2022, Atlascontact, Amsterdam/Antwerpen p. 322
  6. Hans Belting, Hieronymus Bosch. Garden of earthly Delights, Prestel Verlag, München, Londen en New York, p.52-54. Afbeelding detail Hieronymus Bosch, Tuin der Lusten (1503-1515), collectie Museo del Prado, Madrid
Uit het getijdenboek De zeer rijke uren van de hertog van Berry, juli, door de gebroeders Van Limburg | Foto: Wikimedia Commons
De Paradijstuin van de gebroeders Eyck. Dominique Provost / CC BY-NC-ND 4.0
Tuin der Lusten van Hieronymus Bosch | Foto: Publiek domein

    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/milieu.vvm.info/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 965
  • Kunst als herinnering aan verdwenen natuur (copy)

    Vorige pagina

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/milieu.vvm.info/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 928
  • Kunst als herinnering aan verdwenen natuur (copy)

    Volgende pagina

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Tijdschrift Milieu is een uitgave van de VVM en verschijnt zes keer per jaar in een oplage van 1.750 exemplaren.

VVM-Lidmaatschap 2026