Een fantastische toekomst (copy)

Tijdschrift Milieu
september 2023, nr. 4

EEN FANTASTISCHE TOEKOMST

Afbeelding van Alan Frijns via Pixabay

Lyanne van den Berg is onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut en lid van de Redactieraad van het Tijdschrift Milieu.

Uit de kunst

Heb je wel eens gehad dat je het lichtknopje indrukt en dat er niets gebeurt? En dat je het dan toch nog een paar keer indrukt? Alsof het aannemelijker is dat je het lichtknopje ‘fout’ hebt ingedrukt, dan dat de lamp stuk is. Ken je dat gevoel van verbazing, haast verontwaardiging? Heb je dan ook zo de neiging om te zeggen: ‘Nou… net deed hij het nog!’

Door: Lyanne van den Berg

Iedere dag gaan er lampen kapot; het kost weinig fantasie om je dat voor te stellen. En toch, als het net jou overkomt, duurt het even voor je het snapt. Deze kleine verandering van een werkende naar een niet-werkende lamp is, in ieder geval voor een moment, moeilijk voor te stellen. En als dat al lastig is, is het niet gek dat Amitav Gosh in The Great Derangement schrijft dat de klimaatcrisis boven alles een crisis of imagination is. Het is te veel, te groot, te traag. We kunnen ons simpelweg niet voorstellen dat het klimaat verandert, niet echt – het is een crisis van onze verbeelding.

In Nederland hebben we momenteel natuurlijk een heel scala aan crises rond klimaat, stikstof, vluchtelingen, biodiversiteit, vertrouwen in de politiek, jeugdzorg, waterkwaliteit en nog veel meer – en dan heb ik nog niet eens de persoonlijke crises die een individu kan ervaren. Niet gek dat mensen het overzicht verliezen, en ook ik als student klimaatwetenschappen kan me klimaatverandering niet voorstellen. Waar die het ene moment als te groot en verlammend voelt, is hij het volgende moment zo abstract dat ik er haast nieuwsgierig ben, alsof je naar een slechte rampenfilm kijkt. 

Het risico van framing

Er gaan een hoop verschillende verhalen of narratieven rond over klimaatverandering, net als over de andere crises. Het probleem zou zijn dat de mens het contact met de natuur is kwijtgeraakt, of dat de technologie nog niet ver genoeg is ontwikkeld, of dat er een cultuur van onderdrukking heerst, of dat er ongebreideld kapitalisme is, of dat er simpelweg te veel mensen zijn. Het narratief dat we koppelen aan crises bepaalt de richting van de oplossingen. Het geeft de frames aan waarin we de situatie plaatsen; de frames zijn de verhalen waar deze crises onderdeel van uitmaken.

De simpelste vorm van een verhaal heeft een protagonist, de hoofdpersoon, die wordt dwarsgezeten door een antagonist. De twee leveren een strijd en uiteindelijk wint of verliest de protagonist. Hierop zijn allerlei variaties mogelijk, maar ik wil nu focussen op de verschillende rollen van de mens in de verhalen die we onszelf vertellen. Wanneer het gaat om milieuproblemen zou bijvoorbeeld de directeur van milieuvervuilend bedrijf X de antagonist kunnen zijn en een volkstuinder die haar eigen sla niet kan eten de protagonist. Als er een duidelijke tegenstander is, is er een duidelijk doel: de tegenstander verslaan. Het voorbeeld zou kunnen eindigen met gevangenisstraf voor directeur X. Hierbij wordt het mensbeeld belangrijk. Want wanneer het bijvoorbeeld als inherent menselijk wordt gezien om de omgeving te onderwerpen, dan is ‘de mens’ de antagonist en zal zelfs een menselijke protagonist die het milieu probeert te redden uiteindelijk falen. In het voorbeeld van de directeur is er een duidelijke tegenstander; in het verhaal van de ‘onderwerping’ is er geen ontsnappen mogelijk. 

Dus als het gaat om wie of wat we als tegenstander zien, is het belangrijk je af te vragen hoe je jezelf tot die tegenstander verhoudt. Wanneer een tegenstander minder duidelijk is, wordt het doel van het verhaal ook minder duidelijk. Zien we dus klimaatverandering als onze tegenstander, dan is het moeilijk om daar strijd tegen te leveren. Die klimaatverandering beslaat zoveel tijd en is op zoveel verschillende plekken in zoveel vormen aanwezig, dat het lastig is er een tegenstander van te maken. Dan zal een verhaal vaak focussen op iemand zoals de directeur van bedrijf X, maar het verslaan van deze directeur heeft uiteindelijk minimale invloed op het grootse proces van klimaatverandering.

Hier zouden niet-menselijke personages een oplossing kunnen bieden. De beleving van tijd en plaats van deze personages kan zo anders zijn dat het wellicht mogelijk wordt om de antagonisten minder te simplificeren. Maar niet-menselijke personages kunnen ook in een aantal valkuilen trappen. Neem bijvoorbeeld bomen. Praktisch iedereen kent de Enten uit Lord of the Rings: boomachtige wezens die het opnemen tegen het kwaad dat het woud vernietigt. Ze hebben een simpel doel: industrie vernietigt woud, dus woud vernietigt industrie. Over de vraag of deze industrie een resultaat is van een veranderde maatschappij maken de bomen zich niet druk. Met het toedichten van agency – de mogelijkheid om te handelen – aan niet-menselijke personages kun je ook de verantwoordelijkheid verplaatsen. Wanneer we er bijvoorbeeld op rekenen dat de natuur zal ingrijpen als de mensheid te ver gaat, plaatsen we deze verantwoordelijkheid buiten onszelf. ‘De bomen zijn nog niet naar Tata Steel gelopen, dus zal het nog wel oké zijn.’ Persoonlijk denk ik dat we een beetje te laat zijn als we gaan wachten tot de natuur zich verweert.  

Onder de afbeelding gaat het artikel verder

Fort McMurray, Alberta – Operation Arctic Shadow.
Foto: Kris Krug / Flickr / CC BY-NC-ND 2.0

De verhalen die we over onszelf vertellen

Er zijn dus risico’s verbonden aan de verhalen die we onszelf vertellen omdat ze tot simplificatie of het verplaatsen van verantwoordelijkheden kunnen leiden. In het boek Fantasy and Myth in the Anthropocene, samengesteld door Marek Oziecz, Brian Attebery & Tereza Dedinová, wordt betoogd dat we nieuwe mythes nodig hebben. ‘Too long we have focused on projections of the futures we dread instead of the futures we want.’ Volgens de schrijvers is een nieuwe mythologie nodig om ons richting te geven, letterlijk om mensen te inspireren.

Hier gaat het enerzijds weer over de rol die we als mensen willen spelen, en daarbij over hoe we de toekomst kunnen zien. Mythes zijn van oudsher een manier om geschiedenis te beschrijven en verklaren en daarbij duiding te geven. Ook zijn mythes te gebruiken om het heden beter te begrijpen als uitkomst van de verhalen uit het verleden.

Een begin van die mythe hoor je al als vraag in delen van de milieubeweging: wat wil je later je (klein)kinderen vertellen als ze vragen wat jij deed tegen klimaatverandering? Daar zit algauw een veroordeling in, en de helden in de mythes zorgen alleen maar voor verering van individuen. Toch zou ik de mythes niet meteen weggooien, want als we inderdaad een crisis van verbeelding hebben, zou het misschien kunnen helpen om mythes te gebruiken – al is het maar als metafoor voor de onbegrijpelijke wetenschap. En het voordeel van een mythe is dat de held niet echt hoeft te bestaan. Als we fantasie toestaan en het aandurven om een nieuwe mythe te maken, zouden we misschien echt durven dromen en ons radicaal andere systemen voorstellen. 

Meer fantasie voor een fantastische toekomst

De risico’s van het gebruik van fantasie is dat die makkelijk terzijde geschoven kan worden. Wanneer bijvoorbeeld in klimaatfictie (cli-fi) wetenschappelijk onderbouwde feiten vermengd worden met fantasie, kan er verwarring ontstaan over waar de grens ligt tussen die twee. Daarbij kan de cli-fi gauw prekerig of moralistisch worden, of zelfs vervallen tot vals optimisme. 

Een van de essays in Fantasy and Myth in the Antropocene door Shaun Tan bevat de passage: All things begin in the imagination: every action, innovation and transformation that has occurred in the world first began in someone’s imagination. En even later: The future has yet to be imagined. 

Veel milieuprofessionals zullen een studie hebben gedaan waarbij ze hebben afgeleerd te fantaseren. Toch hebben we juist dat nu nodig. En het is niet zo revolutionair; de emissiescenario’s van het IPCC zijn ook fantasieën, ze geven op basis van socio-economische keuzes een schatting hoeveel er zal worden uitgestoten. Maar deze scenario’s gaan alleen over uitstoot van broeikasgassen, en ik vermoed dat niemand als passie heeft dat er bijvoorbeeld minder CO2 wordt uitgestoten, zoals iemand die wil afvallen geen passie heeft voor ‘minder taart eten’, wel voor een gezond lichaam. De passies gaan juist over robuuste natuur, schone lucht, leven in harmonie met de natuur, eerlijke welvaartsverdeling. Wat dat betreft zijn de sustainable development goals een mooi voorbeeld. Het zijn beelden van de toekomst; we stellen ons een wereld voor waar niemand verhongert. Hoe we er komen weten we nog niet, maar daar zou een mythe ons kunnen helpen. 

Op die manier zouden we ook in Nederland kunnen kijken naar de crises. En we moeten juist ook niet-milieuprofessionals vragen om dat te doen. Dat eerste gesprek moet zonder oordeel zijn. Niet kijken naar wat kan – dat komt later – maar naar wat je zou willen. Hoe willen wij dat Nederland er over 50, 100 of 250 jaar uitziet? Een voorzet is gegeven met Nederland in 2120, gemaakt door o.a. Tim van Hattum van Wageningen University and Research (zie het interview in Milieu nr. 1/2023). 

Ik wil iedereen uitnodigen te fantaseren over een toekomst. Niet alleen je eigen toekomst; begin eens met de toekomst van je woonplaats, en maak het vandaar groter en grootser. En als je deze zomer om een kampvuur zit, begin dan eens met het vertellen van verhalen over wat je hebt bedacht. 


    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/milieu.vvm.info/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 965
  • Een fantastische toekomst (copy)

    Vorige pagina

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/milieu.vvm.info/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 928
  • Een fantastische toekomst (copy)

    Volgende pagina

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Tijdschrift Milieu is een uitgave van de VVM en verschijnt zes keer per jaar in een oplage van 1.750 exemplaren.

VVM-Lidmaatschap 2026