Milieu Dossier: Reproductie, reflectie, productie. Verbeelding van de klimaatcrisis (copy)

Het Milieu Dossier accepteert artikelen die de voortgang in beleid, onderzoek en maatschappelijke respons documenteren. Bijdragen worden beoordeeld door een redactieteam.

Tijdschrift Milieu
september 2023, nr. 4

Reproductie, reflectie, productie. Verbeelding van de klimaatcrisis

Dr. Marjolein van Herten is universitair docent cultuurwetenschappen aan de Faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit. Prof. dr. Paquita Perez is hoogleraar Milieu- en Natuurwetenschappen aan de Faculteit Milieuwetenschappen van de Open Universiteit. 

Uit de kunst

Verhalen vormen een essentieel onderdeel van cultuur. Met verhalen geven we betekenis aan de wereld om ons heen. Maar ze doen meer dan bestaande ideeën bevestigen: verhalen laten ons ook nadenken over de wereld en hebben de kracht nieuwe zienswijzen te ontwikkelen en daarop te handelen. In dit artikel gaan we in op fictieve verhalen (literatuur) en verhalen gebaseerd op reële doorleefde ervaringen van klimaatverandering. Zowel literatuur als de verbinding met lokale kennis dragen bij aan het ‘’tot leven’’ brengen van de abstracte natuurwetenschappelijke kennis over de klimaatcrisis en het verbeelden, bepalen en uitvoeren van mogelijke adequate, lokale acties. 

Door: Marjolein van Herten en Paquita Perez

De klimaatroman is niet meer uit onze cultuur weg te denken. Zo stonden twee boeken waarin klimaatverandering een rol speelt – Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost van Donald Niedekker en Overal zit mens van Yves Petry – op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2023. Sinds in 2017 Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman verscheen, zien we meer en meer Nederlandstalige literatuur waarin klimaatverandering een duidelijke rol speelt. We spreken dan van klimaatfictie, of in het Engels van cli-fi (analogie met sci-fi). In de Angelsaksische literatuur is deze ontwikkeling al eerder begonnen. Niet onverwacht spelen klimaatromans zich vaak af in de toekomst: ver weg in het midden van de 22ste eeuw, zoals in The Drowned World (1962) van J.G. Ballard, of dichterbij zoals in KliFi. Woede in de Republiek Nederland (2021) van Adriaan van Dis, waarin we welhaast te maken hebben met een alternatief heden.1

Ontstaan van klimaatfictie

Het verbeelden van een toekomst in literatuur kent een lange geschiedenis. Het afbeelden van onbekende samenlevingen gaf auteurs van utopieën de mogelijkheid hun eigen samenleving te bekritiseren. Thomas More beschreef in Utopia (1516) een ideale samenleving die zou bestaan op Utopia: een fictief eiland dat More bedacht om zijn verhaal te vertellen. Toen de wereld steeds meer in kaart gebracht was, zochten schrijvers andere manieren om alternatieve samenlevingen af te beelden; al in de achttiende eeuw werden verhalen geschreven die zich in een toekomst afspelen. Door een toekomst te beschrijven kunnen auteurs de impact van huidige maatschappelijke uitdagingen doordenken en kritiek uiten op de status quo.2 

Klimaatfictie reageert specifiek op het probleem van klimaatverandering. The Drowned World wordt algemeen gezien als een van de eerste cli-fi-romans, waarin een enorme ecocatastrofe wordt verbeeld als de poolkappen zijn gesmolten. Sinds het begin van de 21e eeuw is cli-fi een steeds populairder genre dat via verschillende narratieve technieken (zoals tijdverloop, personages, ruimte, perspectieven) klimaatverandering kan verbeelden, vaak op een ingetogener manier dan met het tonen van enorme, plotselinge rampen. Rob Nixon stelt in zijn invloedrijke boek Slow violence and the environmentalism of the poor (2011) dat fictie kan helpen het onzichtbare zichtbaar te maken, en het toegankelijk en tastbaar kan maken door de bedreigingen te ‘vermenselijken’. In geologische zin dienen deze bedreigingen zich weliswaar razendsnel aan, maar voor de menselijke cognitie lijken deze heel langzaam op te komen en ver weg te spelen, omdat ze voor de directe zintuigen ontoegankelijk zijn.3 Inmiddels worden de gevolgen van klimaatverandering steeds tastbaarder. Maar door de complexiteit van de klimaatcrisis (die we daarmee een superwicked problem kunnen noemen, of in filosoof Timothy Mortons woorden een voorbeeld van een ‘hyperobject’4) en de vele onzekerheden over de toekomst, blijft het voor veel mensen een moeilijk onderwerp om zich mee te verhouden.5 

Onder de afbeelding gaat het artikel verder

Mogelijkheden van literatuur

Literatuur maakt het mogelijk om klimaatverandering niet te behandelen als een enkelvoudig probleem, maar als het complexe, grootschalige probleem dat het is. Waar veel klimaatfilms vaak teruggrijpen op het verbeelden van grootschalige, plotselinge rampen, komt klimaat als literair thema niet alleen terug in romans met apocalyptische scènes.6 In klimaatfictie wordt gereflecteerd op de manier waarop we omgaan met de natuur en op de manier waarop we onze samenleving hebben georganiseerd. In zulke romans worden bijvoorbeeld de handelingen, interacties, gedachten en gevoelens van mensen die in veranderde omstandigheden leven onderzocht door een maatschappij te verbeelden waarin de verdeling van voedsel en andere middelen anders georganiseerd is dan in de werkelijkheid die we kennen. Gevoelens van verdriet, ‘solastalgie’ (heimwee naar een omgeving die niet meer bestaat), schuld en schaamte worden inzichtelijk gemaakt. Hoewel technische en wetenschappelijke vooruitgang in fictieve samenlevingen kunnen optreden, komen we in een aantal van deze romans ook in aanraking met veranderingen in levensstijl en voedingspatronen, of met andere politieke en economische systemen. Ook kan ons antropocentrische wereldbeeld worden bekritiseerd. Dat gebeurt bijvoorbeeld door de toekenning van agency (handelingsmogelijkheid) aan niet-menselijke actoren, zoals dieren, bomen, landschap of de zee. Romans kunnen inzichtelijk maken hoe het verleden doorwerkt in het heden en de toekomst, iets wat bij klimaatverandering evident van belang is. Auteurs kunnen door te spelen met tijd en perspectief zelfs vanuit het post-antropocene gezichtspunt terugkijken op onze huidige tijd.7 Maar zeker niet alle klimaatromans hoeven in een (nabije of verre) toekomst te spelen: ook een hedendaagse setting leent zich voor een klimaatroman. Romans kunnen zich richten op westerse samenlevingen of juist op het mondiale Zuiden; hoofdpersonen kunnen klimaatwetenschappers zijn of juist ‘normale’ burgers, waardoor we verschillende perspectieven leren kennen. Verhalen reproduceren daarmee de complexiteit van de crisis, reflecteren hierop, en kunnen ook nieuwe relevante inzichten produceren.

Beperkingen van literatuur

Maar: literatuur heeft ook beperkingen. Amitav Ghosh schreef in zijn toonaangevende essaybundel The Great Derangement. Climate Change and the Unthinkable (2016) over de begrenzingen van de hedendaagse (met name Westerse) traditionele literatuur. Daarin ligt de nadruk op het beschrijven van de levens van één of enkele hoofdpersonen, en is vaak geen ruimte voor het verbeelden van het fantastische, bovennatuurlijke – terwijl de gevolgen van klimaatverandering wél verder gaan dan wat wij nu als ‘normaal’ begrijpen.8 Het is voor schrijvers dus niet zomaar duidelijk hoe zij het verhaal over klimaatverandering kunnen vertellen. Met zijn roman Gun Island (2019) lukt dat Ghosh zelf in elk geval wel. In dit verhaal komen de oorzaken en impact van klimaatverandering, de vele verbanden die bestaan in tijd en ruimte, en de doorwerkende rol van het kolonialisme samen.

Een andere mogelijke beperking van literatuur heeft te maken met de vraag: hoeveel invloed heeft het lezen van verhalen op mensen? Kunnen verhalen veranderingen teweegbrengen in mensen, verandering in overtuiging en empathie, en kan lezen zelfs aanzetten tot actie? Lezen vraagt bijvoorbeeld een andere, en vooral ook langere, inspanning dan bijvoorbeeld het kijken naar een film. Naar de invloed van het lezen van (literaire) verhalen op mensen wordt (empirisch) onderzoek gedaan. We weten dat het lezen van verhalen bijvoorbeeld troost kan bieden, invloed heeft op de Theory of Mind (het vermogen om je te verplaatsen in een ander) en de horizon kan verbreden.9 Specifiek over klimaatliteratuur is er nog weinig bekend. Wel laten eerste resultaten zien dat dystopische verhalen, die een negatieve toekomst schetsen, verlammend kunnen werken. Dit in tegenstelling tot utopische verhalen, die nog hoop bieden op een weliswaar andere, maar goede toekomst.10

In elk geval heeft klimaatliteratuur de potentie om lezers bij te staan in de omgang met de klimaatcrisis. Ook natuurwetenschappers en beleidsmedewerkers weten dat verhalen nodig zijn om informatie over de klimaatcrisis te communiceren naar het publiek.11 Daarnaast wordt er ook een beroep gedaan op schrijvers en kunstenaars om in interdisciplinaire verbanden met hun verbeeldingskracht mee te denken en werken aan oplossingen op het gebied van mitigatie en adaptatie.12

Doorleefde klimaatverhalen

Verhalen en verbeelding bieden handvatten om de klimaatcrisis begrijpelijk en invoelbaar te maken, te reflecteren en tot nieuwe inzichten te komen. Daarmee kunnen ze ook een belangrijke rol spelen in het onderwijs over klimaatverandering. In de cursus ‘The Lived Experience of Climate Change’ (De doorleefde ervaring van klimaatverandering’, LivExpCC) van de Open Universiteit schrijven Nederlandse en internationale studenten hun eigen verhaal over de klimaatcrisis, aan de hand van het model van de doorleefde ervaring van klimaatverandering. 

Zo zijn er klimaatverhalen gemaakt van de valwind in Leersum (Utrechtse Heuvelrug), de droogte in de Ebrovallei (Spanje) en de klimaateffecten van de luchtvaart bij Lissabon (Portugal). In elk van deze verhalen beschrijven de studenten de diverse historische en lokale invloeden die zij ervaren, en of het beleid aansluit bij de behoeftes en/of zorgen die bij henzelf en de lokale bevolking spelen.

Het gaat er bij die verhalen om dat zij vertrekken vanuit een eigen ervaring en dat ze verbanden leggen tussen de abstracte, natuurwetenschappelijke kennis en wat de schrijvers in hun directe omgeving zien aan ‘tekenen’ en acties van klimaatverandering. In de klimaatwetenschap leidt de veronderstelde ‘objectiviteit’ vaak tot formuleringen waarin elke verwijzing naar ‘subjectiviteit’ of ‘individueel perspectief’ wordt vermeden; het gebruik van de derde persoon en de passieve voltooide tijd wordt aangeraden; het gebruik van “ik” wordt afgeraden. In de LivExpCC-cursus worden studenten aangemoedigd om aan te sluiten bij hun eigen ervaringen en daarop te reflecteren, en daarbij de passende grammaticale vorm (ik/wij) te gebruiken. Door hun eerdere wetenschappelijke opleiding leidt deze nieuwe manier van denken en schrijven in het begin tot enige verwarring. Het vergt didactische training en uitleg over de kennistheoretische en fenomenologische opvattingen over kennis om studenten dit te laten begrijpen en toepassen. 

Onder de afbeelding gaat het artikel verder

Figuur 1: Visualisatie van het concept van doorleefde ervaring van klimaatverandering, gebaseerd op Perez et al. (2022), met klimaatverhalen toegevoegd in rood in de tweede cirkel (de nabije invloeden). Er worden drie cirkels weergegeven; in de binnenste cirkel zien we de leer-actie cyclus. De middelste cirkel toont de regionale en nabije invloeden, waar wij klimaatverhalen aan hebben toegevoegd. De buitenste cirkel toont de meer langdurige contextuele en bredere invloeden. 

Conceptueel model

Het conceptueel model van de doorleefde ervaring van klimaatverandering is mensgericht en verklaart op een wetenschappelijke manier dat er gelijktijdig meerdere perspectieven op een klimaatsituatie kunnen zijn. Het concept wordt gevisualiseerd door een cyclus met de elementen kennis-reflectie-betrokkenheid-actie (zie midden Figuur 1). De kennis omvat ‘exacte’ wetenschappelijke feiten en ‘ervaringsgerichte’ kennis. Deze ervaringskennis is opgedaan en opgebouwd gedurende het leven op een bepaalde plaats op een bepaalde tijd en met een eigen persoonlijke geschiedenis. De verschillende soorten kennis worden geïntegreerd in de persoon die het betreft, en leiden tot reflectie op die kennis. Via betrokkenheid bij de directe omgeving en in het bijzonder bij een acute dreiging leidt dit tot actie. 

Vervolgens brengen we in dit model de specifieke regionale (plaatselijke) invloeden en factoren in kaart die relevant zijn (Figuur 1, middelste cirkel) en ten slotte de bredere contextuele invloeden in de buitenste cirkel. 

Met deze geïntegreerde benadering kunnen studenten (of burgers) inzicht krijgen in de belangrijkste aspecten die voor hen in hun directe omgeving spelen en hun klimaatverhaal opbouwen. Zij beschrijven hun ervaringen en kennis van hun leefomgeving en krijgen beter in beeld welke acties gedaan worden en welke zij zelf willen en kunnen doen, en hoe zij zich daar gevoelsmatig toe verhouden. Over de valwind in Leersum zijn bijeenkomsten georganiseerd met getroffen burgers, en wordt een boek uitgegeven ter herinnering aan de doorleefde ‘ervaringen’. Bij de beleidsmakers in de Ebrovallei (Spanje) was storm Gloria (2020) nodig om ze de ogen te openen en samen met burgers beleid te gaan ontwikkelen (en niet zonder hen, zoals daarvoor gebeurde). Uitbreiding van de luchthaven bij Lissabon (Portugal) is door diverse acties, waaronder die van het collectief Aterra, van de baan. Deze klimaatverhalen zijn beeldend en beschrijven tevens (mogelijke) handelingen.

Studenten schrijven in hun opdracht geen fictieve verhalen, maar we kunnen wel zeker spreken van verhalen, in die zin dat er verbanden worden gelegd, er ruimte is voor het beschrijven van gevoelens en zorgen, en dat er nagedacht wordt over oplossingen, waarbij de verbeelding van de studenten wordt geprikkeld. Een literaire analyse van deze reële en doorleefde verhalen toont aan dat studenten gebruik maken van verschillende narratieve technieken. Het verder uitdiepen van literaire technieken en het kennismaken met klimaatfictie zou in de toekomst een waardevolle toevoeging kunnen zijn aan dit onderwijs. Ook voor burgers en burgerinitiatieven kan het maken van ‘doorleefde verhalen’ bijdragen aan actie, een beter begrip en het beter kunnen overbrengen van hun klimaatsituatie.

Doorleefde verbeelding

Verhalen over klimaatverandering vormen een essentieel onderdeel van onze omgang met de klimaatcrisis. Met verhalen, zowel fictieve als gebaseerd op doorleefde ervaringen, geven we betekenis aan de wereld om ons heen. Verhalen zorgen voor verbinding tussen de mens en de klimaatcrisis, en kunnen bovendien meer dan alleen de huidige situatie beschrijven en de in elkaar grijpende dimensies zichtbaar te maken: de wetenschappelijke kennis wordt verbonden met ‘eigen’, lokale kennis en ervaringen. Het zijn nadrukkelijk verhalen waarin de wetenschappelijke kennis niet ontkend wordt, maar gebruikt voor verbinding en verbeelding. Verhalen laten ons ook reflecteren op onze verhouding tot de niet-menselijke wereld en hebben de kracht nieuwe ziens- en handelswijzen te ontwikkelen. Door doorleefde ervaringen samen te durven bundelen met verbeeldingskracht ontstaat er ruimte voor het denken over en handelen voor een duurzame toekomst. 

  1. Van Herten, M. en L. Duyvendak, 2022 ‘“Het geringe nut van fictie in tijden van nood.”’
    Nederlandse schrijvers over klimaat, Interférences littéraires/Literaire interferenties, n° 27, “Narratives and Climate Change”, ed. Marieke Winkler, Marjolein van Herten, Jilt Jorritsma, November 2022, 56-76
  2. Pierrart, T., 2016 ‘Lezen over morgen. Nederlandstalige toekomstliteratuur door de ogen van de lezer’, Spiegel der Letteren 58, afl. 3, 351-375 En: Thaler, M., 2019.
    En: Thaler, M., 2019. ‘Bleak dreams, not nightmares. Critical dystopias and the necessity of melancholic hope’, Constellations 26, afl. 4, 607-622
  3. Nixon, R., 2011. Slow Violence and the Environmentalism of the Poor. Harvard University Press. Hierin staat: ‘Imaginative writing can help make the unapparent appear, making it accessible and tangible by humanizing drawn-out threats inaccessible to the immediate senses’ (p. 15)
  4. Morton, T., 2013. Hyperobjects. Philosophy and Ecology after the End of the World. University of Minnesota Press, Minneapolis / Londen
  5. Verheggen, B., 2020. Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam. Hieruit: Hoofdstuk 1: Het maatschappelijk klimaatdebat, p. 13-29
  6. Winkler, M. en M. van Herten, 2020. ‘“Niet de verklaring maar het raadsel”. Klimaatfictie in Nederland’, Armada. Tijdschrift voor wereldliteratuur 72, 16-18
  7. Craps, S., 2017. ‘Climate change and the art of anticipatory memory’, Parallax 23, afl. 4, 479-492
  8. Ghosh, A., 2016. The Great derangement. Climate Change and the Unthinkable. The University of Chicago Press, Chicago
  9. Zie bijvoorbeeld https://www.lezen.nl/blog/waarom-doet-lezen-ertoe.
  10. Schneider-Mayerson, M., 2018. ‘The influence of climate fiction. An empirical survey of readers’, Environmental Humanities 10, afl. 2, 473-500
  11. Nijhuis, L. en F. Meijer, 2020 ‘Eén concreet verhaal doet meer dan tien statistieken’ in: Lotte Jensen en Adriaan Duiveman ed., Welke verhalen vertellen we? Narratieve strategieën rondom waterbeheer en zeespiegelstijging (Nijmegen) 18-21. Zie ook bijvoorbeeld: https://milieudefensie.nl/actueel/het-klimaat-heeft-kunst-nodig
  12. Zie bijvoorbeeld:
    https://www.nrc.nl/nieuws/2023/04/19/klimaatexperts-halen-de-verbeelding-in-huis-a4162509 of https://www.nwo.nl/onderzoeksprogrammas/nationale-wetenschapsagenda/vernieuwing-en-netwerken/routes/kunst-onderzoek-en-innovatie-de-21ste-eeuw

    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/milieu.vvm.info/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 991
  • Milieu Dossier: Reproductie, reflectie, productie. Verbeelding van de klimaatcrisis (copy)

    Vorige pagina

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/milieu.vvm.info/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 954
  • Milieu Dossier: Reproductie, reflectie, productie. Verbeelding van de klimaatcrisis (copy)

    Volgende pagina

Abonneer je op onze nieuwsbrief

Tijdschrift Milieu is een uitgave van de VVM en verschijnt zes keer per jaar in een oplage van 1.750 exemplaren.

VVM-Lidmaatschap 2026